Gevolgen einde BTWondernemerschap voor DGA
Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u recent al regelmatig ‘lastig gevallen’ met informatie over wijzigingen op het gebied van belastingwetgeving. Zo zou uw loon per 1 januari 2008 buiten de loonheffing blijven. Uiteindelijk is dat (voorlopig) niet doorgegaan. Vervolgens is sinds kort duidelijk geworden dat u (als het gaat om uw werkzaamheden voor uw BV) voor de BTW geen ondernemer meer bent. Dat is een gevolg van
een arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak ‘Van der Steen’ van 18 oktober 2007. In het besluit van 21 december jl. worden de gevolgen van dit arrest besproken door de staatssecretaris van Financiën. In deze column gaan wij in op de naar onze mening belangrijkste punten uit dit besluit.
Ontstaan BTW plicht bij de DGA
Het BTW-ondernemerschap van een dga was gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2002. Vanaf dat moment zijn veel dga’s BTW-plichtig geworden. Nadere regels over het ondernemerschap zijn door de staatssecretaris vastgelegd in een tweetal besluiten die snel na het arrest in 2002 verschenen. Belangrijk gevolg van het ondernemerschap is dat de dga de BTW op eigen investeringen kan terugvragen. Het gaat dan vooral om de privé-auto en de aankoop of nieuwbouw van de woning. Als nadeel werd ervaren dat er een extra aangifte moest worden gedaan. Dit kon worden ondervangen door een fiscale eenheid aan te gaan met de BV. Nadeel daarvan was dat de dga hoofdelijk aansprakelijk werd voor eventuele BTW schulden van de gehele fiscale eenheid. Kortom, het BTW-ondernemerschap bracht de nodige gevolgen met zich mee, waaraan
nu abrupt een einde is gekomen door het Van der Steen-arrest.
Beleidsbesluit einde BTW-plicht dga
In het kort en puntsgewijs zijn de gevolgen van het arrest volgens de staatssecretaris de volgende:
• De dga is in feite nooit BTW-ondernemer geweest. De genoten BTW-aftrek blijft evenwel onaangetast met een beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 2002. Vanaf 18 oktober 2007 (datum arrest) is de dga geen ondernemer meer en heeft vanaf diezelfde datum geen recht op aftrek meer.
• Goederen die door de dga zijn aangeschaft en waarvoor BTW-aftrek is genoten (bijvoorbeeld de privé-auto of de nieuwe bedrijfswoning), worden onttrokken aan het bedrijfsvermogen alsof er op 18 oktober 2007 een bedrijfsbeëindiging heeft plaatsgevonden.
• Om deze heffing te voorkomen kan er voor worden gekozen de desbetreffende goederen zonder BTW gevolgen door te schuiven naar de BV. Deze goedkeuring geldt tot 1 april 2008.
• Als er wegens het privé gebruik van de auto of de woning BTW is verschuldigd, dan eindigt dit eveneens per 18 oktober 2007. De BTW-correctie privé gebruik auto bedraagt dan 290/365 (79%) van het jaarbedrag.
• Per 18 oktober 2007 eindigt of wijzigt de bestaande fiscale eenheid met de BV(‘s). Dit hoeft de dga niet te melden aan de inspecteur.
• De dga kon als BTW-ondernemer bij de aankoop en het gebruik van een bestelauto profiteren van de vrijstelling BPM en het gunstige ondernemingstarief MRB. Met het einde van het ondernemerschap komt ook hier een einde aan. De mogelijkheid wordt geboden om de bestelauto op naam van de BV te zetten om zodoende de voordelen te waarborgen. Dit moet tijdig gebeuren.
De gevolgen
Het arrest en in navolging daarvan het Beleidsbesluit van de staatssecretaris heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk. Het einde van het ondernemerschap heeft immers, naast het recht op aftrek, ook gevolgen voor de mogelijkheid om vermogensbestanddelen te etiketteren, de fiscale eenheid waarvan de dga deel uitmaakt en de daarbij behorende hoofdelijke aansprakelijkheid voor eventuele BTW-schulden.
De dga hoeft echter zelf geen actie te ondernemen richting belastingdienst. Op basis van de gegevens die bij de belastingdienst voorhanden zijn, zal deze zelf de nodige aanpassingen doorvoeren. Wel kan de dga om die reden in het eerste kwartaal van 2008 een vragenbrief van de belastingdienst verwachten waarin de nodige informatie zal worden opgevraagd. Alleen als de dga deze brief niet heeft ontvangen, dan moet hij zelf de belastingdienst op de hoogte brengen van de gewijzigde situatie.
Te ondernemen acties
Een belangrijke afweging is uw eventuele actie met betrekking tot de hiervoor besproken onttrekkingslevering en de BTW-correcties wegens het privé-gebruik van uw investeringen waarvoor u BTW-aftrek hebt genoten. U dient hierin een aantal keuzes te maken op basis van een beargumenteerd standpunt. Afhankelijk van de keuze dient u de bezwaartermijn van zes weken (derhalve uiterlijk medio maart!) hiervoor goed in de gaten te
houden.
Tevens dient u zich te realiseren dat de te maken keuze afhankelijk is van uw persoonlijke (BTW) situatie en omstandigheden. Het afschaffen van de BTW plicht kan aanzienlijke gevolgen voor u als DGA hebben en daarom adviseren wij u dan ook zodra u de vragenbrief heeft ontvangen deze voor te leggen aan een van onze accountants of adviseurs, alvorens tot actie over te gaan.