TERUG

(On) aantrekkelijk banksparen

Natuurlijk spaart u, als ondernemer, tijdens uw werkzame periode voor uw oudedag. De wijze waarop u spaart hangt af van de rechtsvorm van uw onderneming. Stel dat u heeft gekozen voor de BV. De BV is uw werkgever en kan aan u, de directeur-grootaandeelhouder, een riante pensioentoezegging doen. Gedurende de opbouwfase van het pensioen betaalt u nog geen loonbelasting, terwijl uw BV de opbouw al wel ten laste van haar winst mag brengen. Fiscaal vriendelijker kan het bijna niet.
Het pensioen van de directeur-grootaandeelhouder wordt daarnaast meestal ‘in eigen beheer’ (in uw eigen BV) verzekerd. De professionele verzekeringsmaatschappijen staan hierdoor grotendeels buiten spel. Als u las over ‘woekerpolissen’ en ander vreselijk verzekeringsleed, ontlokte dat ten hoogste een lichte vorm van medelijden met uw collega’s met een eenmanszaak of firma. Voor fiscaal vriendelijk sparen voor de oudedag waren zij immers aangewezen op de lijfrentepolis bij een verzekeringsmaatschappij. Zij konden de vermeende ‘provisiefuik’ niet ontlopen.
Ik zeg nadrukkelijk ‘waren’ en ‘konden’ omdat dit met ingang van 2008, door de introductie van het ‘banksparen’, is veranderd. Hierdoor kunnen banken de concurrentie aangaan met verzekeringsmaatschappijen, waardoor de laatsten worden gedwongen tot betere (lees: goedkopere) producten. Het banksparen is in essentie eenvoudig. De ondernemer stort een bedrag (“premie”) op een geblokkeerde “lijfrentespaarrekening” bij een bank. De premie wordt in het betreffende jaar, voorzover het een berekenen maximum niet overschrijdt, in mindering gebracht op zijn belaste inkomen. Het gestorte bedrag mag niet ineens in contanten worden opgenomen. Wel mag het te zijner tijd worden gebruikt om een lijfrente dan wel recht op uitkering in termijnen te kopen. Uiteraard zijn de uitkeringen wel belast (in Box 1). Maar er is, en dat is in de media onderbelicht gebleven, een prijs betaald.
Verwacht wordt dat door het banksparen meer ondernemers fiscaal vriendelijk gaan sparen voor hun oudedag. In eerste instantie gaat dit, vanwege de verminderde belastingopbrengst, ten koste van de nationale schatkist. Om dit te voorkomen is de maximaal aftrekbare jaarpremie voor lijfrentepolissen (de ‘jaarruimte’), welk maximum overigens ook gaat gelden voor het banksparen, fors verlaagd. Anders gezegd: een ondernemer met een eenmanszaak of firma kan, als hij wil sparen voor zijn oudedag, met ingang van 2008 kiezen uit twee producten (de lijfrentepolis en het banksparen), maar de maximaal van het inkomen aftrekbare premie is ten opzichte van 2007 fors verlaagd. Vooral ondernemers met een winst hoger dan (ongeveer) € 115.000, die gewend waren maximaal gebruik te maken van de lijfrentepremie-aftrek, gaan dit merken. Ondertussen blijft u, als directeur van uw BV, maximaal profiteren van de ‘onbeperkte’ mogelijkheden van een pensioenregeling. In 2007 is weliswaar sprake geweest van een beperking van de pensioenopbouw tot een loon van ‘slechts’ € 185.000. Maar na kritiek vanuit de maatschappij is daar snel afstand van genomen. Wellicht moeten ondernemers met een eenmanszaak of firma zich opnieuw afvragen of de besloten vennootschap een gunstiger rechtsvorm voor hun onderneming is.

Deze column is tot stand gekomen in samenwerking met de heer Mr. F.J. Kerkhof Fb van Alfa Accountants en Adviseurs te Wageningen

TERUG