Wetgeving Werken aan Winst
Onder de titel `Werken aan Winst´ heeft het vorige kabinet in 2005 een wetsvoorstel aangeboden aan de Kamer, dat ten doel had om de Vennootschapsbelasting substantieel te verlagen c.q. om voor ondernemers die aangifte doen via de Inkomstenbelasting een MKB-winstvrijstelling te creëren. Die wet is aanvaard door de beide Kamers en in werking getreden per 1 januari 2007, waarmee dus alle ondernemers profiteren van het lagere Vpb-tarief c.q. de winstvrijstelling. Keerzijde van dit voordeel zit voor veel ondernemers in onze sector in het gegeven dat de nieuwe wetgeving ook beperkingen oplegt aan afschrijven op gebouwen. De wetgever meent namelijk dat afschrijven op onroerend goed respectievelijk gebouwen niet te rijmen valt met het praktijkgegeven dat de waarde van onroerend goed doorgaans stijgt in plaats van daalt en dat bij verkoop van het onroerend goed c.q. bedrijfsbeëindiging daardoor doorgaans een zeer forse boekwinst wordt behaald op het verkochte onroerend goed.
Vanuit de politiek is er begrip voor de problematiek die voor onze sector samenhangt met de beperking op afschrijven van gebouwen, maar (nog) geen voedingsbodem om de wet aan te passen, danwel een uitzondering te maken voor de recreatiesector. Wel heeft de Kamer, daarin uitdrukkelijk aangezocht door RECRON, de Staatssecretaris verzocht om de gevolgen van Werken aan Winst nader te onderzoeken. De Staatssecretaris heeft daarbij de toezegging gedaan daar in 2009 over te rapporteren. Dit impliceert dat u in overleg met uw accountant mogelijkheden moet zoeken om, binnen wettelijke kaders, maximaal gebruik te maken van fiscale mogelijkheden om uw investeringscapaciteit op peil te houden, om aan aflossingsverplichtingen te kunnen blijven voldoen, om belasting te kunnen betalen, en om er ook zelf nog voldoende aan over te houden! Het is belangrijk om met uw accountant de gevolgen van deze wetgeving in kaart te brengen en er voor te zorgen dat het cashflow niveau op peil blijft. Daarnaast zijn er vele zaken gewijzigd, waaronder zaken omtrent onroerende zaken en afschrijvingen, en dat kan ook voor u grote gevolgen hebben! (bron: RECRON)
Naast de landelijke lobby (RECRON) die is gericht op het verkrijgen van een uitzonderingspositie voor de sector resteert de oplossing van de vragen en problemen die er in praktische zin liggen bij het doen van de aangifte Vpb of IB. Inmiddels is de RECRON hiervoor met een aantal praktische tips gekomen voor de ondernemer. In het verleden heeft de RECRON ons als recreatie bedrijfsmakelaars al eens gevraagd richtlijnen aan te geven bijwijze van een standaardisering gekoppeld aan een definitie van wat onroerend is en wat niet. Dit laatste is in de praktijk niet haalbaar omdat deze materie niet als convectie kan worden beschouwd maar echt maatwerk is. Het volgens ons taxateurs met name aan de fiscale adviseur van de ondernemer om hier inschattingen te maken eventueel in overleg met een derde in dit geval een taxateur, waar nodig eventueel in overleg met een rijkstaxateur.
De belangen en de diversiteit van de materie zijn niet te ondervangen in standaard richtlijnen maar kunnen veelal met een quick scan van het juiste advies worden voorzien.
Ook is het een overweging af te stemmen met de overheid dat deze in de nieuwe WOZ beschikkingen wel de juiste onderverdelingen gaat maken. De interpretatie om de exploitatiewaarde om te buigen naar een min of meer technische waarde door opsplitsing van de waarde naar waarden per gebouw is daarin discutabel omdat in zijn algemeenheid gezegd kan worden dat de technische waarde (gecorrigeerde vervangingswaarde) hoger is dan de exploitatiewaarde. Een horeca/centrumgebouw is hier een goed voorbeeld van. Buiten beschouwing gelaten dat de grond geen onderwerp is in de problematiek rond werken aan winst. Concluderend lijkt het ons geen item voor standaardisatie en dus is hier in gezamenlijk overleg met uw accountant en taxateur naar te kijken het advies.