TERUG

Goodwill

De vraag wordt vaak gesteld of in een recreatiebedrijf het begrip goodwill van toepassing is en zo ja in welke mate. Hierin lopen de meningen van deskundigen nogal eens uiteen.
Om hier een goed antwoord op te geven dienen wij eerst terug te gaan naar de definitie van goodwill. De Engelse term goodwill betekent in het Nederlands letterlijk: welwillendheid. Binnen de financiële wereld wordt de term echter gebruikt om dat gedeelte van de marktwaarde van een onderneming aan te duiden dat niet direct toewijsbaar is aan de activa en passiva. Met andere woorden: de totale marktwaarde van de onderneming bevat goodwill als de vastgoedwaarde hierin kleiner is.
Nu hebben wij in recreatieland veelal te maken met grondgebonden bedrijven waarbij de waarde van grond, gebouwen, voorzieningen en infrastructuur fors kunnen oplopen. Verder dient er doorlopend in het vastgoed geïnvesteerd te worden op het omzetniveau op peil te houden. Met name in de periode van de stichting van een bedrijf waarop nog niet afgeschreven is op het geïnvesteerde gaat bijna met zekerheid de stelling op dat de vastgoedwaarde hoger is dan de waarde van de totale onderneming. Wij hebben dan te maken met nieuwe gebouwen etc. en een exploitatie die nog moet groeien.
Onze ervaring is dat de stichtingskosten van een bedrijf vaak 40% hoger zijn dan de marktwaarde en het manco zit hierin vaak in de centrumvoorzieningen welke forse investeringen vergen en te weinig opbrengend vermogen hebben. In dit geval zouden wij over badwill kunnen spreken.

Goodwill binnen de recreatie kunnen wij aantreffen bij bedrijven waarin een bovengemiddelde omzet wordt gedraaid waarbij de locatie intensief (ook qua aantallen) geëxploiteerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan een jongerencamping: weinig voorzieningen, intensief gebruik door relatief kleine plaatsen en een hoge horecaomzet in eenvoudige gebouwen. Ook valt te denken aan bedrijven aan de kust waar de ruimte intensief geëxploiteerd wordt en het opbrengend vermogen door haar locatie per hectare groter is dan bij landgebonden locaties. Uiteraard is er geen vaste stelregel en staat iedere onderneming op zich. Goodwill is een over verdiencapaciteit op een bedrijf en vertegenwoordigt uiteraard een andere waarde dan de vastgoedwaarde. Zijn wij gewend bij vastgoed te werken met kapitalisatiefactoren tussen de 8 en de 12, de kapitalisatiefactoren bij goodwill zijn gelegen tussen de 2 en de 4. Banken zijn ook minder bereid te financieren op het begrip goodwill dan op vastgoed. Voor onze sector heeft dit dus ook een positieve invloed op de financierbaarheid van de onderneming.

Concluderend kunnen wij stellen dat wij in de recreatie minder te maken hebben met het begrip goodwill dan in andere sectoren omdat de vastgoedwaarde van de onderneming door haar grondgebonden karakter hoog is.

TERUG