TERUG

Huisvesting buitenlandse werknemers

Steeds vaker komen wij op campingterreinen de huisvesting van buitenlandse werknemers tegen en merken dat gemeentes hierop heel wisselend reageren. Inmiddels heeft ook de Recron hierover haar standpunt ingenomen, welke wij delen. In grote lijnen komt het hierop
neer waarbij de volgende verschijningsvormen spelen:

1. Volledige onttrekking aan recreatie.
Als een recreatiebedrijf volledig kiest voor de huisvesting van buitenlandse werknemers is het niet langer wenselijk dat men zich op welke manier dan ook profileert als recreatiebedrijf voor recreanten. Denk hierbij aan bewegwijzering, bebording en informatie op een internetsite. Doet men dit wel dan is dat uitermate schadelijk voor het toeristisch imago van de provincie of de regio. Ook een landschappelijke inpassing kan er toe bijdragen dat het imago niet wordt geschaad.

2. Combinatie recreanten / buitenlandse werknemers met fysieke scheiding
Sporadisch kan er een scheiding plaats vinden van doelgroepen. Er moet bijvoorbeeld sprake zijn van een zeer goede fysieke scheiding (structurele oplossing) tussen doelgroepen om te voorkomen dat botsingen ontstaan qua beleving. Het recreatiebedrijf dient het eigen gezicht te behouden en moet niet geassocieerd worden met het huisvesten van buitenlandse werknemers. Op een groot bedrijf is dit gemakkelijker realiseerbaar dan op een middelgroot of klein bedrijf. Deze optie zal dan ook slechts voor een zeer klein deel van de bedrijven haalbaar of wenselijk zijn. Een aparte ingang, receptie en centrumvoorzieningen strekken hierbij tot aanbeveling, maar we realiseren ons dat dat niet altijd haalbaar is.

3. Afwisseling recreanten / buitenlandse werknemers in bepaalde perioden.
Er kan ook sprake zijn van een scheiding in tijd (andere periode, bijvoorbeeld buiten vakanties waardoor een tijdelijke oplossing / kans ontstaat. Deze optie is voor meer bedrijven realiseerbaar. Echter ook hier geldt dat wanneer een recreatiebedrijf voor een bepaalde periode kiest voor de doelgroep buitenlandse werknemers, het niet wenselijk is dat men zich op dat moment op welke manier dan ook profileert als recreatiebedrijf. Wij geloven bij kleinere bedrijven, niet in het samengaan van de doelgroepen recreanten en buitenlandse werknemers.

Vanuit toeristisch oogpunt gezien is het meer dan wenselijk de inkomsten te halen uit de vrijetijdsmarkt met als doel vakantiebesteding. Dit dient altijd het speerpunt van een recreatiebedrijf te zijn. Het is niet ongebruikelijk dat recreatieondernemers neveninkomsten halen
uit hun bedrijf door tijdelijke huisvesting. Dit gebeurt sinds jaar en dag en is soms noodzaak om de rentabiliteit te waarborgen. In kleine hoeveelheden wordt door de overheid veelal niet handhavend opgetreden en oogluikend toegestaan. Het nut en de noodzaak van alternatieve inkomsten is ook sterk plaatsgebonden. De ene regio heeft een sterker toeristisch karakter ten opzichte van de andere regio. Gemeenten moeten om die reden regionaal de markt verkennen en het probleem niet op gemeentelijk niveau oplossen. De discussie die oplaait of tijdelijke huisvesting past op een recreatiebedrijf zal door overheden adequaat opgepakt moeten worden en uit de anonimiteit gehaald moeten worden. Aan de overheden de taak dit probleem op langere termijn structureel op te lossen, waarbij de ondernemer haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen of tijdelijke huisvesting past in een recreatieve bedrijfsvoering.

TERUG