Gaan we elektronisch buitenspelen?
Elektronica in speeltoestellen voor de buitenruimte. Ik hoorde hier een aantal jaren geleden over en was benieuwd naar hoe dit zou worden uitgewerkt. Met het oog van beheerder van speeltoestellen in de openbare ruimte kwamen al snel bedenkingen in mij op. Helaas kom ik ze regelmatig tegen: de leuk geprobeerde maar droogstaande fonteintjes, de stilgevallen klanktoestellen, de waterpompen die alleen kraakgeluiden voortbrengen en de matte lichtspelen.
Door het ontbreken van passend onderhoud, plaatsing op verkeerde locaties, het ontbreken van voldoende aandacht of wat al niet meer laten deze investeringen zien dat we weinig of geen aandacht voor de kinderen hebben nadat het ontwerp eenmaal gerealiseerd is. In het begin hoorde ik bij ontwerpers van speeltoestellen voornamelijk visies over lampjes (led verlichting) en zag ik eens een jongerenoverkapping met een ingebouwde radio. Bij sommige gesprekken met jongerenwerkers doemde voor mij een beeld op van een soort playstation en gameconsoles voor de openbare ruimte. Inmiddels zijn een aantal vernieuwende speeltoestellen niet alleen ontworpen en bekroond met landelijke innovatie awards, maar ook werkelijk geplaatst. De hoogste tijd dus om eens een onderzoekje te doen naar deze eerste speeltoestellen met elektronica in de openbare ruimte. Ik doe dat aan de hand van de Sona en de SmartUs van Yalp.
Tja, omdat dit nu eenmaal een column is, moet ik de vraag stellen: wat vind ik er nu van? Eerlijk gezegd was mijn eerste reactie nogal sceptisch; voor behoorlijk veel geld een paar paaltjes, om kinderen op een schoolplein rondjes te laten rennen met spelletjes die een beetje creatieve onderwijzer zelf zou kunnen verzinnen en met wat papier zou kunnen uitwerken?
Is de techniek niet erg storingsgevoelig en als beheerder onmogelijk in stand te houden? En voegt deze soort toestellen iets toe aan de bestaande populaire spelen op het schoolplein? Inmiddels ben ik om, zij het onder voorwaarden. De investeringen zijn inderdaad groot, maar het speelrendement ook (uitgedrukt als langdurige en gevarieerde spe(e)lbewegingen per geïnvesteerde euro in relatie tot het aantal verschillende kinderen die er gebruik van maken).
Zo zijn bij de SmartUs in Oldenzaal een jaar tijd ruim 1,6 miljoen (!) ‘hits’ gerealiseerd (een hit is een scan van een ‘veroverd’ paaltje of een sprong naar het juiste antwoord op de sensormat).
Inmiddels hebben circa 600 kinderen in de nieuwbouwwijk een eigen tag. Zou een
nieuw groot duur klimtoestel (toch al snel € 45.000 inclusief valdempende ondergrond) ook al een speelrendement van 1,6 miljoen speelacties hebben binnen één jaar? Daarnaast is er de mogelijkheid dat kinderen nieuwe spellen ontwikkelen (zelfs een World Champions League tussen toestellen wereldwijd) waardoor de speelwaarde niet statisch is. Naar mijn idee zijn toestellen van de hierboven beschreven soort zeker geschikt om in een gesloten of semiopenbare ruimte toe te passen. Dat kan op openbare schoolpleinen, bij speeltuinverenigingen, in combinatie met jongeren- en buurtcentra en zeker bij recreatie- en leasurebedrijven. Maar
ook op centrale speelplekken in wijken en kernen kunnen zij een plek krijgen. Aandachtspunt is dan wel dat de toestellen binnen een goede structuur van jeugd- en vooral jongerenvoorzieningen passen om te voorkomen dat ze aan hun eigen succes ten onder gaan. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer één groep het toestel opeist of omwonenden overlast vrezen.
Verder vind ik het van onmisbaar belang dat de leverancier van de afnemer eist dat er goed onderhoud aan de speeltoestellen wordt gepleegd. De slechtste reclame komt immers van toestellen die niet meer blijken te werken. Leverancier bieden daartoe doorgaans een inspectie-, service- en onderhoudscontract aan. Zolang het toestel zich bevindt in een afgesloten of semiopenbare ruimte met een duidelijke eigenaar/beheerder zal beheer, onderhoud en afschrijving wel goed gaan. Bij het plaatsen van bijzondere toestellen in de openbare ruimte wil het nogal eens voorkomen dat het daadwerkelijke beheer ervan niet goed geregeld is; de
plaatser (een projectontwikkelaar, een gemeentelijke dienst, een sponsor) draagt het toestel niet over aan de afdeling die het onderhoud ervan moet gaan plegen of realiseert zich onvoldoende dat er ook jaarlijks geld beschikbaar moet zijn voor het onderhoud en gereserveerd moet worden voor toekomstige vervanging.
Wat ik tot nu toe van de aanwezige spellen heb gezien, maakt indruk op mij. Ik ben blij dat de speeltoestellenontwerpers als eerste met elektronica in speeltoestellen zijn gekomen en niet de leveranciers van playstations. De kinderen worden inderdaad uitgedaagd om te bewegen, om creatief invulling te geven aan de regels of deze zelf te verzinnen, de spellen geven ruimte voor of vereisen zelfs samenwerking, de spellen bieden kinderen met beperkingen of juist bijzondere gaven de kans zich in hun goede, mindere of onverwachte vaardigheden uit te
munten enzovoort. Dit legt dan ook een grote verplichting bij de ontwikkelaars van de spellen voor de toestellen!
Ik feliciteer de eerst leverancier van buitenspeeltoestellen met elektronica van harte en daag hen uit om creatief nieuwe spellen en toestellen te ontwikkelen waarbij ze keihard instaan voor voldoende onderhoud en service.