TERUG

95% angst voor 3% jongeren

Ik begrijp best dat omwonenden overlast vrezen als het gaat om een sportplek. Dat is – in Nederland - een standaardreactie op voorzieningen waarvan jongeren gebruik kunnen maken.
Vanuit onze ervaring met het realiseren van verbeterde voetbalvelden overal in den lande wil ik toch wel een poging wagen hen gerust te stellen. Bij vrijwel alle gerealiseerde sportvoorzieningen blijkt de werkelijke overlast nergens zo groot te zijn als de vooraf gevreesde overlast. Veel overlast die via media als internet te vinden is, vindt juist plaats op locaties/speelplekken die niet voor jongeren bedoeld zijn, en dan vaak onder specifieke omstandigheden zoals jongeren die na het uitgaan dronken op een bepaalde plaats uit de nachtbus stappen.
Ik was recent nog op een congres waar we uitgebreid over hangjongeren gesproken hebben. Ook daar werd aan de hand van onderzoek aangetoond dat de echte overlastgevende/problematische groep 3 tot 5% van de jongeren betreft. Dit betekent dat 95% van de jongeren geen overlast veroorzaakt! Natuurlijk zullen deze jongeren wel grenzen verkennen, wat overlast zou kunnen betekenen, maar over dit soort overlast schreef Aristoteles 500 jaar voor Christus al.
Ik wil er nadrukkelijk op wijzen dat er vaak een relatie is aan te wijzen tussen het ontbreken van voldoende verschillende voorzieningen, aansluitende bij de diverse groepen jongeren, en overlast. De jongeren zijn dan aangewezen op plekken waar hun verblijf minder past, zoals speelplekken voor kinderen.
Recent raakte ik in een e-maildiscussie over de plannen voor een Cruijffcourt in een gemeente waarvoor ikzelf een paar jaar geleden nog een speelruimteplan heb geschreven. Hoewel ik de (exacte) situatie in de gemeente niet meer volledig voor ogen heb, staat mij nog bij dat er in veel wijken wel verbeterde voetbalvelden zijn, evenals een krachtige plek bij een jongerencentrum. Daarbij erken ik dat er een echt problematische groep is, die door de gemeente heen zwierf/zwerft. Deze groep zal echter ongeacht of/waar er voorzieningen zijn, problemen kunnen veroorzaken. Overlast van een dergelijke kleine groep (ik denk nog geen 2% van alle jongeren in die gemeente) kan niet met het ontbreken of juist het aanwezig zijn van fysieke voorzieningen gestuurd worden. Deze groep zal wel met een ander traject (welzijn en/of justitieel) aangepakt moeten worden. Toch – en daar voorziet ons speelruimteplan in - is het in die gemeente goed mogelijk een structuur van voorzieningen aan te bieden, waarbij per locatie afspraken gemaakt kunnen worden over tijd in de avond en het doorsturen naar geschiktere locaties. Over deze structuren van Kiss en Greet-/
What’s Up-/Stay Around-/No Problemplekken schrijven we ook wel specifieke SJOP-nota’s.
Hoewel het vooroordeel anders is, zijn jongeren prima aan te spreken op hun gedrag. Natuurlijk is het dan noodzakelijk dat er ook echt ‘gecommuniceerd’ wordt en de jongeren niet op een manier aangesproken worden waarop ik ook niet aangesproken zou willen worden.
Tijdens het voornoemde congres gaf de heer Hans Kaldenbach een zeer goede demonstratie over het aanspreken van groepen jongeren. Hij heeft twee handige en goedkope boekjes geschreven vol heel bruikbare tips en geeft ook trainingen/workshops. Hoewel zijn site www.hanskaldenbach.nl er misschien een beetje eenvoudig/stoffig uitziet is het zeker een levendige workshop. Ik kan mij voorstellen dat in overleg tussen gemeente en bewoners een dergelijke workshop wordt gegeven. Een workshop voor zowel bewoners als jongeren, zodat – en daar ben ik van overtuigd - echt een leuke, positieve intergeneratie-relatie tussen jongeren en buurtbewoners zal ontstaan.
Een andere leuke bijdrage aan dit bovengenoemde congres was, dat een antropoloog uit Canada naar Nederland was gekomen om juist te onderzoeken waarom er zoveel weerstand is tegen voorzieningen voor jongeren. Kort samengevat kwam het erop neer dat juist de generatie uit de jaren 60, die zelf veel vrijheden heeft bevochten, nu van de overheden verwacht dat ze ingrijpen, het liefst met zeer beperkende maatregelen zoals samenscholingsverboden/opjagen door politie/misbruik van identificatieverplichting/….
Wat mij betreft is het nog een wonder dat de huidige generatie jongeren niet de straat op gaat om te protesteren tegen het gedrag van volwassenen, zoals een aantal decennia geleden.
Maar goed, ik ben dan ook een principieel voorstander van sportvoorzieningen en ik ken veel voorbeelden waar het gewoon goed gegaan is. Mijn belangrijkste advies is: zorg dat buurtgenoten geoefend zijn in het spreken met die andere buurtgenoten die er wellicht iets anders uitzien, jonger zijn en (zoals iedere generatie/groep) ook een iets andere taal spreken. Jongeren zijn ‘net gewone mensen’.

TERUG