Veilig spelen, verklaring van goed gedrag
Bij spelen wordt al snel gesproken over veiligheid voor kinderen en dan gaat het meestal over de toestellen, de ondergronden, water en verkeer. Dit zijn natuurlijk belangrijke aspecten, maar ik wil nu eens ingaan op de minder technische kant van een veilige omgeving, namelijk het voorkomen van kindermisbruik.
“De basis voor een normale ontwikkeling van jongeren is dat ze opgroeien in een veilige omgeving, zonder geweld in welke vorm dan ook.” Peter Adriaenssen, kinderpsychiater
Ik kom nog wel eens ouders tegen die zeggen: “Ik laat mijn kinderen niet alleen gaan, je hoort tegenwoordig zo veel verschrikkelijke verhalen.” Daar kan ik voor een gedeelte in meegaan, maar ik vraag mij wel eens af of de meeste gevallen van kindermisbruik niet plaatsvinden in de zogeheten bekende of vertrouwde omgeving. Als iemand daarover gegevens voor mij heeft, hoor ik het graag. Juist daar waar met kinderen – al dan niet vrijwillig - gewerkt wordt, moet aandacht zijn voor een veilige omgeving. Als uitwerking van een veilige omgeving voor kinderen kan een protocol ter voorkoming van kindermisbruik opgesteld worden en een Verklaring Omtrent het Gedrag voor bestuursleden en vrijwilligers verplicht gesteld worden. Door voor bestuursleden en vrijwilligers deze verklaring verplicht te stellen, kan voorkomen worden dat mensen die reeds veroordeeld zijn voor kindermisbruik in de verleiding komen als vrijwilliger met kinderen te gaan werken. Voor bijvoorbeeld leerkrachten is de verklaring verplicht, maar waarom niet in het vrijwilligerswerk?
Een in mijn ogen goed voorbeeld van een protocol is te vinden op internet bij Scouting Nederland. Zo is het op alle niveaus verplicht voor iemand die de eerste keer in een functie kan worden benoemd een Verklaring Omtrent het Gedrag te overleggen waaruit blijkt dat tegen de benoeming geen bezwaar bestaat. Dit hoeft niet als betrokkene vier jaar, direct voorafgaand aan de benoeming, jeugdlid is geweest bij die groep. Een prima regeling en mede daardoor laat ik mijn zoontje en volgend seizoen ook mijn dochtertje een stuk makkelijker met de groep de bossen intrekken. Verder is het bijvoorbeeld mogelijk om workshops te organiseren voor vrijwilligers die regelmatig met jeugd werken, met als doel hen te trainen om de signalen te herkennen en wegen te wijzen waarop oplossingen geboden kunnen worden.
Het lijkt mogelijk allemaal wel wat zwaar, maar het is niet alleen ter bescherming van het kind. Ook de goede naam van de vereniging, de kinderboerderij, de – al dan niet bedrijfsmatige - recreatiegelegenheid en het bedrijf staat op het spel. Zo was ik laatst voor mijn werk betrokken bij een speeltuinvereniging. Door allerlei problemen was het oude bestuur opgestapt en het grootste aantal leden had het lidmaatschap opgezegd. Dit voornamelijk doordat een bestuurslid veroordeeld was voor kindermisbruik. Het nieuwe bestuur, hoe ze er ook aan trok, lukte het niet om weer opnieuw vertrouwen te wekken. Er ligt nu een goed ingerichte speeltuin met een gebouw in een buurt waar kinderen en jeugd echt baat bij een speeltuin kunnen hebben, maar helaas zal het hier niet of slechts op termijn lukken om de naam te zuiveren. Natuurlijk zijn er de kosten aan het verkrijgen van de Verklaringen Omtrent het Gedrag (circa 30 euro), het opstellen van een protocol of het organiseren van bijeenkomsten. Ik zie hierin ook een taak voor de gemeente. Mijns inziens moet het mogelijk zijn om in de subsidieverstrekking wat dit betreft eisen te stellen, en anderzijds zou een gemeente een gedeelte van de kosten kunnen dragen of ervoor kunnen zorgen dat een gezamenlijke/eenvoudige aanvraag mogelijk wordt. Mocht u over dit onderwerp nog voorbeelden hebben van goedwerkende protocollen, actief gemeentebeleid, praktische cursussen en workshops of onderbouwende cijfers, dan hoor ik het graag!