Is jouw bedrijf duurzaam en klaar voor de toekomst?

Duurzaamheid is binnen de recreatiesector steeds meer een randvoorwaarde geworden. Niet alleen vanuit regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook vanuit de dagelijkse praktijk: netcongestie en financieringsvoorwaarden maken dat ondernemers gedwongen worden om anders naar hun exploitatie en toekomstbestendigheid te kijken.

Een van de grootste knelpunten van dit moment is de druk op het elektriciteitsnet. Netcongestie zorgt ervoor dat uitbreiden of verduurzamen niet vanzelfsprekend is. Waar vroeger een zwaardere aansluiting aanvragen vaak een administratieve handeling was, lopen ondernemers nu tegen harde grenzen aan. En dat raakt direct de bedrijfsvoering.

Wat daarbij vaak onderschat wordt, is dat niet alleen de fysieke aansluiting belangrijk is, maar juist ook het gecontracteerd vermogen. Netbeheerders sturen steeds vaker actief op het afgesproken maximale verbruik. In de praktijk betekent dit dat ondernemers “teruggeschroefd” kunnen worden naar een lager gecontracteerd vermogen dan zij gewend zijn of nodig hebben. Dat heeft directe gevolgen voor de exploitatie, maar ook voor de toekomstwaarde van een locatie.

Voor recreatiebedrijven kan dit een dubbel effect hebben. Aan de ene kant beperkt het de huidige bedrijfsvoering. Aan de andere kant raakt het ook de verkoopbaarheid en ontwikkelpotentie van een locatie. Een object dat op papier groeiruimte heeft, maar in de praktijk geen energiecapaciteit kan krijgen, verliest direct aantrekkingskracht voor bepaalde partijen op de markt.

Naast energie speelt ook het energielabel een steeds grotere rol. Binnen de waarderingen wordt duurzaamheid steeds vaker expliciet meegenomen. Banken en financiers sturen nadrukkelijk op duurzaam vastgoed, waardoor duurzaam vastgoed een verhoogde courantheid heeft.

Ons kantoor volgt deze ontwikkelingen op de voet en vertaalt deze ook naar de taxatiepraktijk, waarbij in rapportages wordt aangegeven welke factoren binnen de sector steeds relevanter worden. Wij als taxateurs en makelaars zijn van mening dat hier genuanceerd naar gekeken moet worden.
Soms worden (delen van) gebouwen slechts beperkt en seizoensafhankelijk gebruikt binnen de exploitatie. Denk hierbij aan recreatieruimten of horecavoorzieningen. Een aanzienlijk deel van de recreatiebedrijven is bovendien gesloten in de periode van november tot en met februari. De overweging om wel of niet te investeren in verduurzaming ligt daardoor anders dan bij verhuur van regulier bedrijfsmatig vastgoed, zoals winkels of kantoren. Daar kunnen investeringen vaak direct worden doorbelast in de huur, terwijl dit binnen de leisuresector niet één-op-één mogelijk is en ook niet voortkomt uit wettelijke verplichtingen.

Het vraagstuk binnen de recreatiebranche is daarmee sterker verbonden aan de vraag of de consument bereid is te betalen voor duurzaamheidsmaatregelen. Dit moet uiteindelijk worden terugverdiend via het overnachtingstarief of andere productgerelateerde opbrengsten. Vanuit taxatieperspectief is de huidige realiteit dat de consument overwegend prijsgedreven keuzes maakt, en minder op basis van duurzaamheid, mede omdat een eventuele duurzaamheidsbijdrage direct samenhangt met de verblijfsduur.

De discussie is daarmee deels vergelijkbaar met duurzame landbouw: in hoeverre is de consument bereid om hierin extra bij te dragen? Pas wanneer een investering aantoonbaar leidt tot een betere exploitatie, zal een ondernemer eerder geneigd zijn om hierin te investeren.

Kortom genoeg stof tot nadenken. De kernvraag is dus niet alleen: hoe duurzaam ben je nu? Maar vooral: Hoe toekomstbestendig is jouw bedrijf onder veranderende omstandigheden? Vooruitkijken naar netcapaciteit, contractvermogen, duurzaamheid en energielabels betekent investeren in de toekomst.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *