Staat de OZB-wereld wederom op de kop?

In 2016 stond de hele OZB-wereld op zijn kop doordat toen het arrest  van de Hoge Raad verscheen waarin duidelijk werd dat recreatiewoningen gewoon als woningen moeten worden aangemerkt en niet als zogenaamde niet-woningen. In het kader van deze column heb ik al regelmatig aandacht besteed aan dit voor de OZB-praktijk belangrijke arrest. Op vrijdag 10 april j.l. verscheen een conclusie van de Advocaat-Generaal op basis waarvan die praktijk mogelijkerwijs opnieuw op de kop komt te staan. Het wordt nu niet uitgesloten geacht dat veel OZB-verordeningen geheel of gedeeltelijk onverbindend zijn. Aanleiding hiervoor is dat voor woningen en voor niet-woningen verschillende tarieven worden gehanteerd hetgeen wel eens in strijd zou kunnen zijn met het bepaalde in  artikel 220f van de Gemeentewet. Natuurlijk is deze conclusie nog geen arrest van de Hoge Raad, maar de ervaring leert dat de conclusies van de Advocaat-Generaal wel zeer vaak door de Hoge Raad gevolgd worden. Indien aanslagen nog niet onherroepelijk vaststaan, adviseer ik in afwachting van het arrest van de Hoge Raad, ter bewaring van rechten, bezwaar tegen de aanslag te (laten) maken, zodat de ontwikkelingen in de jurisprudentie gevolgd kunnen worden. Aanslagen worden tenslotte niet ambtshalve verminderd indien zij ten gevolge van nieuwe jurisprudentie op een te hoog bedrag zijn vastgesteld. Dit kan mogelijkerwijs tenslotte een forse besparing opleveren. Uiteraard zal ik zodra het arrest van de Hoge Raad verschenen is hier opnieuw in een column aandacht aan besteden. Heeft u naar aanleiding van de inhoud van deze column vragen of opmerkingen bel dan naar Hans de Willigen 0615851402 of mail naar hans@dewilligenadvies.nl 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *