Vervolg: Staat de OZB-wereld wederom op de kop?

Voor u ligt al weer de laatste Recreavakkrant van dit jaar. In alle dit jaar verschenen kranten stond inderdaad weer een column van mijn hand. In nummer 4 kopte ik met de vraag: Staat de OZB-wereld wederom op de kop? Aanleiding voor die kop was een op 27 maart 2026 (gepubliceerd op 10 april) door de Advocaat-Generaal van de Hoge Raad der Nederlanden geschreven Conclusie waarin hij opmerkte dat verordeningen OZB vanwege ongelijke tarieven wel eens geheel of partieel onverbindend zouden kunnen zijn omdat ze dan in strijd zouden zijn met het bepaalde in artikel 220 F van de Gemeentewet. In de column kondigde ik al aan dat de Hoge Raad nog een arrest over deze problematiek moest wijzen. Ik zegde u toe daarop terug te zullen komen, zodra het arrest verschenen was.  Op 9 oktober j.l. wees de Hoge Raad het betreffende arrest, welk arrest ook meteen op 9 oktober werd gepubliceerd. In het betreffende arrest oordeelde de Hoge Raad dat de gemeente per categorie (nb. men onderscheidt 3 categorieën, te weten: eigendom woningen, eigendom niet-woningen en feitelijk gebruik niet-woningen) slechts één uniform tarief mag hanteren. Komt de gemeente bepaalde soorten belastingplichtigen (bijvoorbeeld de agrarische sector) al dan niet door het opstellen van een speciale retributieregeling tegemoet dan is sprake van een strijd met het in artikel 220 f gemeentewet vastgelegde beginsel van het hanteren van gelijke tarieven en is daarmee de verordening geheel onverbindend. De betreffende aanslag gaat dan, vanwege het ontbreken van een wettelijke basis, terug naar nihil. Het mag u duidelijk zijn dat dit best een verstrekkende consequentie is en dat het, indien nog bezwaar en/of beroepsprocedures tegen aanslagen lopen zeker de moeite loont te (laten) checken of bij toeval sprake is van een degelijke tegemoetkoming of retributieregeling. Vanuit het gehele land ken ik daar diverse voorbeelden van.  Omdat de gemeente bij het ingediende beroepschrift in cassatie anders had betoogd overwoog de Hoge Raad bij het vorenstaande expliciet dat het Hof zich over een dergelijke kwestie ook een oordeel mag vormen.

Volledigheidshalve merk ik ter voorkoming van misverstanden en ter voorkoming van een te grote euforie op dat tussen de diverse categorieën derhalve wel verschillende tarieven gehanteerd mogen worden. Het is maar dat u het weet.

Heeft u naar aanleiding van deze column vragen of opmerkingen bel dan naar Hans de Willigen 0615851402 of mail naar hans@dewilligenadvies.nl

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *