De bezwaartermijn is voorbij. Wat nu?
Wanneer met succes een bezwaar- of een juridische procedure is gevoerd tegen een door de lokale overheid opgelegde aanslag krijg ik niet zelden de mededeling: Maar Hans, ik heb er altijd het vertrouwen in gehad dat de in het verleden door de lokale overheid opgelegde aanslagen juist waren, die blijken nu echter even zeer onjuist te zijn geweest. Kunnen we daar nog iets mee? Het zal u daarbij niet verbazen dat de termijnen waarbinnen bezwaar moet worden gemaakt (6 weken na dagtekening van het aanslagbiljet!) dan inmiddels ruimschoots verstreken zijn. In formele zin kun je daar niets mee. Indien een bezwaarschrift buiten de bezwaartermijn wordt ingediend wordt dit standaard niet-ontvankelijk verklaard. Echter er is toch goed nieuws. Op basis van het bepaalde in de wet (artikel 65 AWR) kun je de heffingsambtenaar in de meeste gevallen verzoeken de aanslagen ambtshalve te verminderen. De heffingsambtenaar behoort bij de ontvangst van een dergelijk verzoek een afweging te maken: Wat zou ik gedaan hebben indien het bezwaarschrift tijdig was binnen gekomen. Indien de conclusie van het denkproces is, dan was ik aan het bezwaarschrift tegemoet gekomen, dan behoort de heffingsambtenaar de aanslag daadwerkelijk te verminderen. Als de heffingsambtenaar weigert een dergelijk verzoek te honoreren heb je daar geen rechtsmiddelen tegen. Je kunt de heffingsambtenaar dan echter wel attenderen op het door de Centrale Overheid op dit gebied geformuleerde beleid. De ervaring leert dat heffingsambtenaren dan niet zelden alsnog door de knieën gaan. Op deze wijze ontving een cliënt van mij recentelijk over de afgelopen 5 jaar alsnog € 86.334, oftewel in mijn optiek substantieel geld. Het hoeft ongetwijfeld geen betoog dat je daar best dankbare cliënten aan overhoudt. Voor hen is het tenslotte gevonden geld.
Heeft u naar aanleiding van de inhoud van deze column vragen of opmerkingen: mail dan naar Hans de Willigen (hans@dewilligenadvies.nl) of bel naar 0615851402.