Van 9 naar 21 procent: de btw-verhoging en de werkelijke effecten op de verblijfsrecreatie

De btw op logies ging per 1 januari 2026 van 9 naar 21 procent. Voor de verblijfsrecreatie was de veronderstelde boodschap vooraf helder: hogere prijzen, minder vraag en meer druk op rendement en investeringen. Nu we het hoogseizoen van 2026 achter ons hebben liggen, blijkt de werkelijkheid echter minder eenduidig.

Het nieuwe btw-tarief van 21 procent geldt voor kortdurend logies in onder meer hotels, vakantiewoningen, vakantieparken, B&B’s en vergelijkbare accommodaties. Voor het gelegenheid geven tot kamperen is het verlaagde tarief van 9 procent gehandhaafd. Daarmee is binnen de recreatiemarkt een opvallend onderscheid ontstaan. Een toeristische kampeerplaats wordt fiscaal anders behandeld dan een verhuurchalet op hetzelfde vakantiepark. Een ondernemer met beide producttypen heeft dus met verschillende btw-regimes te maken.

Voor de recreatiesector was dit alles aanleiding om stevig te lobbyen tegen de maatregel. Er werd gewaarschuwd voor onder meer voor hogere prijzen, minder vraag en minder investeringsruimte. De sector wees daarbij vooral op de concurrentie met buitenlandse bestemmingen en op de positie van gezinnen met een beperkt vakantiebudget.

De praktijk blijkt minder zwart-wit. Aanvankelijk bleek in maart uit de eerste cijfers dat er een duidelijke negatieve impact op het verhuursegment binnen de Nederlandse verblijfsrecreatie was, terwijl kampeerplaatsen juist goed presteren. Met name verhuuraccommodaties op vakantieparken zouden onder druk staan. Echter horen wij uit de markt ook veel signalen dat de bezetting beter is dan voorgaande jaren. (Uitzonderingen daar gelaten)

Een vakantiepark dat zich richt op het lagere prijssegment en veel buitenlandse gasten ontvangt, heeft een andere uitgangspositie dan een hoogwaardig resort met een sterke marktpositie. Een park met uitsluitend verhuurchalets wordt anders geraakt dan een camping waarvan het grootste deel van de omzet uit toeristische kampeerplaatsen komt. Een accommodatie in een grensregio heeft een ander concurrentieveld dan een park diep in het binnenland.

Tegelijkertijd zien wij dat er, weliswaar vanuit noodzaak geboren, ook goede nieuwe ontwikkelingen ontstaan. Ondernemers worden gedwongen om scherper naar hun bedrijfsvoering, product en marktpositie te kijken. Dit leidt op sommige plaatsen tot ontwikkelingen en investeringen die uiteindelijk juist toegevoegde waarde creëren voor het recreatieproduct en daarmee voor de markt. Niet iedere ondernemer heeft de btw-verhoging op dezelfde manier doorberekend. Sommige bedrijven verhogen de prijs volledig, andere nemen een deel voor eigen rekening en weer andere proberen het verschil te compenseren met dynamische prijsstelling, aanvullende omzet of kostenbesparingen.

Concluderend laat de praktijk vooral zien dat de gevolgen van de btw-verhoging ook niet eenduidig zijn. Als makelaarskantoor in de recreatiesector blijven wij daarom verschillende geluiden uit de markt ontvangen. Wat wel duidelijk wordt, is dat de sector zich aanpast. En hoewel een deel van die ontwikkeling vanuit noodzaak ontstaat, kan dit tegelijkertijd leiden tot kwalitatieve verbeteringen en nieuwe toegevoegde waarde voor de recreatiemarkt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *