Zeeland wil meer bieden dan zon, zand en zee

Toeristen schuifelen door de drukke Ooststraat, de smalle hoofdstraat van Domburg. ‘Eine Portion kibbeling, bitte.’ Vishandel Brassem doet goede zaken. Bij kledingzaak Bomont is het dringen bij de kassa. Ook bij ijssalon de IJsvogel is anderhalve meter afstand niet te doen. De kust van Zeeland zit deze coronazomer stampensvol. Duitse toeristen weten de strangen op Walcheren al jaren te vinden. Dit jaar komen er veel bezoekers uit eigen land bij. De campings zijn uitverkocht. Bij vakantieparken van Roompot is geen huisje meer te krijgen. Volgens de VVV liep de bezettingsgraad van Zeeland de eerste week van augustus op naar 98%.

De thuisvakantie van veel Nederlanders maakt de omzetval van de Zeeuwse toerismesector tijdens de lockdown een beetje goed. Een beetje. Van 1 april tot 10 mei mochten er geen toeristen in Zeeland verblijven. Dat leverde volgens brancheorganisatie Toeristisch Ondernemend Nederland een verlies op van €220 mln. Dus zeggen veel ondernemers om met de Zeeuwse band BLØF te spreken: ‘Ik ben blij dat je hier bent.’ Maar de drukte geeft ook een hoop problemen. ‘Ik voel me de hele avond een politieagent naar wie niemand luistert’, vertelt uitbater Dennie van Goethem van café Tramzicht in Domburg. Het terras is begin van de middag nog leeg. Vanavond stroomt zijn kroeg, razend populair onder jongeren, weer vol. Normaal staan er zo’n 700 mensen als sardientjes op elkaar gepakt. Nu is 180 het maximum.

Afstand houden is na een paar biertjes heel snel vergeten. Flirten op afstand is natuurlijk geen bal aan. Eind juli is Van Goethem op een drukke zaterdagavond het waarschuwen zo zat dat hij z’n kroeg dichtgooit. ‘Het was niet te doen. We hebben door corona nog nooit zoveel jongeren op het eiland gehad en tegelijkertijd ook nog nooit zo weinig plek.’ Van Goethem heeft met zijn sluitingsactie, die lokaal veel aandacht kreeg, bereikt dat de politie in het hoogseizoen elke avond aanwezig probeert te zijn. ‘Maar er moeten structureel meer agenten bij. We hebben hier doordeweeks maar drie politiewagens op heel Walcheren.’

De rust, het strand en de ruimte maken het heerlijk om er vakantie te vieren, maar er wonen en werken is een ander verhaal. Dat blijkt ook uit het debacle rondom de Marinierskazerne. In 2012 besluit het kabinet Rutte I dat de kazerne met 1800 man moet verhuizen van Doorn naar Vlissingen, de geboortestad van Michiel de Ruyter. Zeeheld De Ruyter richtte in 1665 het Korps Mariniers op, het eliteonderdeel van de Koninklijke Marine. Maar de mariniers blijken niet gevoelig voor de VOC-nostalgie. Het leeuwendeel wil niet verhuizen. Ze vinden Zeeland te ver weg en zijn bang dat hun partners er geen werk kunnen vinden. Afgelopen februari is de verhuizing definitief afgeblazen. ‘De overheid zei eigenlijk: we snappen dat je niet in Zeeland wilt wonen. Dat heeft er hier diep ingehakt’, vertelt gedupeerde Anita Pijpelink op het terras op het Abdijplein in Middelburg. De provincie zit volgens Pijpelink in een ‘cruciale fase’ om jonge, talentvolle mensen aan Zeeland te binden. ‘We hebben duizenden vacatures in de zorg, het onderwijs en in de industrie en chemie waar we geen mensen voor hebben. Als bedrijven de vacatures niet kunnen opvullen, vertrekken ze uit de provincie.’

‘Als we hoger opgeleiden willen aantrekken, moeten we ook cultuur bieden. Dan bedoel ik niet het Trekkersmuseum of de braderie, waar vooral toeristen op afkomen.’ – zegt Pijpelink.

Er mag meer lef zijn

Bij Dockwize in Vlissingen is de vrijmibo buiten op het terras rond een uurtje of 16.00 al begonnen. In het oude pand van PZEM (Provinciale Zeeuwse Energie Maatschappij) zitten zo’n dertig kleine bedrijfjes. Start-up Conneqtech, huurder van het eerste uur, heeft wat te vieren: het bedrijf maakt, ondanks corona, voor het eerst sinds z’n bestaan winst. Het bedrijf, met een vestiging in Bunschoten, ontwikkelt software die de locatie van fietsen, auto’s en campers bepaalt om ze zo tegen diefstal te beschermen. Leo Bij de Vaate (28), afgestuurd in informatica aan HZ, is verantwoordelijk voor de softwareontwikkeling. Een echte start-upcultuur, zoals in de Randstad, mist hij wel. ‘Het is hier allemaal veel kleinschaliger en conservatiever. Er mag wel wat meer lef zijn. Ondernemen is vooral gewoon doen.’ ‘Als aan mij een jaar geleden was gevraagd of ik weg zou gaan uit Zeeland had ik ja gezegd’, vertelt Bij de Vaate. Maar corona zet de zaken in een ander perspectief: ‘Wij werkten onderling met onze andere vestiging al veel online. Onze klanten vinden dat nu ook normaal, waardoor ik minder vaak hoef te reizen. Voorlopig blijf ik.’

Ook Van Alten, opgegroeid in Zeeland en nu eigenaar van boekhoudkantoor A&L, heeft z’n opleiding aan de HZ gevolgd. ‘Ik geloof in Zeeland. Woningen zijn betaalbaar en er is veel ruimte.’ Als de zaken goed blijven gaan, hoopt Van Alten dit jaar z’n eerste werknemer aan te nemen. ‘Studenten willen hier best blijven, aar er is vaak geen werk dat bij hun opleiding past.’

 

Bron: Financieel Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *