Corona en Annulering

Naar aanleiding van mijn columns werd ik recentelijk benadert door een recreatieondernemer met de volgende casus. Een familie uit Duitsland had vanwege een geplande tussentijdse vakantie voor een week een vakantiewoning gehuurd op een recreatiepark in Nederland. De overeengekomen huurprijs voor deze week bedroeg € 2750,– excl. btw. inclusief bijkomende kosten. Overeenkomstig de gemaakte afspraak was de volledige huursom vooraf betaald. Op de betreffende reservering waren keurige algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Ingevolge de annuleringsvoorwaarden bedroegen de annuleringskosten bij annulering binnen 2 weken voor de aanvang van het verblijf 100% van de overeengekomen netto huurprijs. Het betreffende echtpaar had geen annuleringsverzekering afgesloten. 3 dagen voor de aankomst wenste het echtpaar het verblijf op het park te annuleren, omdat door de regionale overheid in Duitsland, het deel van Nederland waar het recreatiepark was gelegen als risicogebied was aangemerkt en dientengevolge voor het gezin bij thuiskomst na hun verblijf in Nederland voor een periode van 14 dagen een quarantaineverplichting zou gelden. Gelet op de door hen uitgeoefende functie was dat voor hen geen optie. De door de recreatieondernemer aangeboden mogelijkheid het verblijf te verplaatsen naar een ander moment tegen zeer sterk gereduceerd tarief werd evenmin geaccepteerd. Men wenste uitsluitend de volledige huursom terug te ontvangen en dat standpunt bleek onwrikbaar. Met inachtneming daarvan stelde de betreffende ondernemer mij de principiële vraag; hoe het eigenlijk in rechte zat.

Ik kon hem daarbij simpel attenderen op en zeer recente uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland van 1 september 2021. In die uitspraak oordeelde de kantonrechter dat in een overeenkomstige de betreffende annuleringsvoorwaarden niet onredelijk waren en dat er geen sprake was van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan ontbinding van de overeenkomst gevorderd kon worden. Bij zijn oordeel woog de kantonrechter mee dat de coronapandemie ten tijde van de boeking reeds aan de orde was, zodat ook geen sprake kon zijn van onvoorziene omstandigheden, als bedoeld in de zin van artikel 6:258 BW.

Met inachtneming van deze uitspraak zat de betreffende recreatieondernemer toch een stuk relaxter aan de onderhandelingstafel. Naar ik heb begrepen zijn partijen er nadien toch goed uitgekomen en heeft de recreatieondernemer bij wijze van tegemoetkoming een klein stukje van de huursom gerestitueerd. In het kader van deze columns leek het me goed ook aan deze praktijksituatie een keer aandacht te besteden.

Heeft u naar aanleiding hiervan vragen of opmerkingen bel dan Hans de Willigen op 06-15851402 of mail naar hans@dewilligenadvies.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *