Franse ketens stropen Nederland af op zoek naar campings

Nederlanders houden vaker vakantie in eigen land nu de zomers hier droger en warmer worden. Dat gaat ten koste van Franse kampeerterreinen. Franse recreatieketens gaan hun klanten achterna, naar Nederland dus. De verkoop van camping Stoetenslagh was in een dag rond. Een zoon van de eigenaar van het Franse familiebedrijf Capfun kwam begin dit jaar het vakantiepark in Rheezerveen bij Ommen bekijken. ‘Dat stond toen al vijf jaar te koop’, zegt Jan van Veen, die 25 jaar eigenaar en uitbater was van de Overijsselse camping. ‘Hij vroeg wat we ervoor wilde hebben. Wij schreven een bedrag op. Hij ging even naar buiten, kwam terug en gaf mijn vrouw een hand. Verkocht. Voor een mooie prijs.’  Stoetenslagh is niet de enige Nederlandse camping die de afgelopen tijd in Franse handen is gevallen. Capfun, dat inmiddels meer dan 120 parken bezit, heeft er dit jaar al drie gekocht. Landgenoot en vakantieparkketen Siblu heeft twee campings in de Zeeuwse badplaatsen Renesse en Oostkapelle overgenomen. Het eveneens Franse Huttopia kocht dit jaar de 27 hectares tellende natuurcamping De Roos in Ommen. En het einde is nog niet in zicht. De Nederlandse recreatiemarkt zal komende jaren nog meer worden opgeschud, zei recreatieadviseur Hans van Leeuwen eerder   op een vakdag voor vakantieparken. Volgens hem is ook de Franse eigenaar van Walibi, Compagnie des Alpes, hier op jacht. Compagnie des Alpes is een grootmacht in ski-resorts en is volgens Van Leeuwen op zoek naar andere vakantieparken omdat sneeuwval onzekerder wordt.

Lijden onder weerverandering
Weersverandering is niet de enige maar wel de opvallendste reden dat Franse bedrijven de Nederlandse markt afstropen. Naast de onzekerheid van sneeuwval speelt ook mee dat Nederlandse zomers droger en warmer worden waardoor Nederlanders vaker in eigen land vakantie vieren. De Franse ketens gaan dus, aldus adviseur Van Leeuwen, hun Nederlandse klanten achterna.   Dat laatste beaamt Samuel Lafforest van Huttopia, dat in hartje Utrecht een winkel heeft en in januari een eerste vakantiepark in Nederland kocht. ‘Ga naar Frankrijk en vraag bij campings wie hun klanten zijn. Ze zullen zeggen: Nederlanders. Er is hier een kampeercultuur.’ Huttopia zoekt volgens hem niet alleen uitbreiding in Nederland. Het familiebedrijf uit Lyon heeft momenteel 57 parken, waarvan enkele in China, Canada en de Verenigde Staten.  De camping bij Ommen is wel de eerste Europese camping van Huttopia buiten Frankrijk. ‘We willen best meer parken hebben in Nederland, maar we hebben geen haast’, zegt Laforrest. Het bedrijf, dat elke jaar 20% groeit, zoekt naar terreinen in mooie natuur. ‘Wij zijn geen groene activisten of nieuwe hippies, maar we geloven wel dat door de urbanisatie, die sneller en sneller gaat, de behoefte groter wordt om naar de natuur terug te gaan.’

Markt veert op
De Franse ketens komen als geroepen. Nederlandse campingeigenaren die willen stoppen, konden jarenlang hun bedrijf aan de straatstenen niet kwijt. De markt groeit niet meer en honderden vakantieparken kampen met verloedering. Veel ondernemers in verblijfsrecreatie hebben moeite om financieel gezond te blijven, maar staan wel voor de nodige investeringen in extra luxe, internetmarketing en verduurzaming. ‘Je ziet dat er heel veel verkocht wordt nu’, vertelt makelaar Klaas van Erp van Maas Recreatie Bedrijfsmakelaardij. ‘De recreatiemarkt ijlt altijd een beetje na. Bedrijfseigenaren die in de crisis wilden verkopen moesten een tijdje op hun tanden bijten. Nu zie ik recreatieondernemers die er wel een park bij willen hebben.’ Bron: Het Financieele Dagblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *