Twijfel over verkoop, of juist niet

In deze roerige tijden wordt er veel gesproken over de toekomst van recreatiebedrijven en wat dit seizoen en met name de seizoenen hierna ons gaan brengen. De afgelopen periode heeft ons ook geleerd dat plannen maken goed is, maar de toekomst altijd anders verloopt dan vooraf verwacht. Niemand, maar dan ook niemand had kunnen voorspellen dat wij in een pandemie van deze orde van grootte zouden komen.

Toen we vorig jaar aan het begin van deze pandemie stonden had ook niemand durven denken dat de vakantiemarkt in Nederland zo sterk positief beïnvloed zou worden, doordat de Nederlanders massaal in Nederland op vakantie zou gaan. Neem daarbij nog de investeringswoede van particulieren in tweede woningen, mede veroorzaakt door het steeds scherper wordende rentebeleid in negatieve zin op de spaartegoeden. Als mens zijn wij geneigd de positieve kant van de medaille voor te leggen en dat is maar goed ook.

Als wij, als makelaars kijken naar de verkoopbaarheid van recreatiebedrijven hebben wij decennia lang moeten vechten tegen de toch taaie markt van exploitatie gebonden vastgoed waaronder de recreatiebedrijven vallen. Dit kwam met name door het feit dat financiers maar zeer beperkt enthousiast waren om recreatiebedrijven te financieren. Het benodigde eigen vermogen schoof steeds verder op, van 30% eind vorige eeuw tot in de bancaire crisisjaren naar wel 50%. De markt werd daardoor bepaald, de waarde van een bedrijf fluctueerde mee met het feit met welk rendement op het eigen vermogen de koper tevreden was.

U kunt zich vast ook de tijd herinneren (niet zo heel lang geleden) dat het spaargeld 5% rente opbracht op een depositorekening. De term ‘rentenieren’, die nu wel uit de Dikke Van Dale gehaald kan worden, stamt uit deze tijden.  Dat de verkoopmarkt nu extreem goed is voor recreatiebedrijven heeft onder andere dus te maken met het feit dat het rendement op eigen vermogen dermate gekelderd is en zich daardoor vertaalt in een sterke vraag en daarmee een hogere omloopsnelheid en waarde van de bedrijven.

Wij ontmoeten veel ondernemers die nu twijfelen of de tijd niet daar is om hun levenswerk te verzilveren. Het korte termijn sentiment houdt veel ondernemers toch tegen deze beslissing nu te nemen. Het is immers zo dat de bezettingsgraad van de bedrijven deze zomer hoger is dan ooit te voren. Men wil mee profiteren. Begrijpelijk, maar ik denk dan bij mijzelf deze pandemie kan niet ongemerkt voorbij gaan in een periode waar wij een torenhoge schuld als maatschappij hebben opgebouwd. Stoppen moet je doen op je hoogtepunt, waar staat u?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.